Jonas Fink: een Jodenleven in Tsjechoslowakije (1950‑1968)
STRIP. ‘Het persoonlijke is politiek, en het politieke is persoonlijk’, dat moet de Italiaanse striptekenaar Vittorio Giardino wellicht gedacht hebben, toen hij in 1992, drie jaar na de val van de Muur, begon aan Jonas Fink, een driedelig beeldverhaal over een Jood in het socialistische/communistisc...
Đã lưu trong:
| Xuất bản năm: | URI:https://journals.openedition.org/temoigner, |
|---|---|
| Tác giả chính: | |
| Định dạng: | Article ou chapitre numérique |
| Ngôn ngữ: | Hollandais |
| Được phát hành: |
Témoigner. Entre histoire et mémoire
2022
|
| Truy cập trực tuyến: | Accès Université d'Orléans et IFPM Accès Université d'Orléans et IFPM |
| Tóm tắt: | STRIP. ‘Het persoonlijke is politiek, en het politieke is persoonlijk’, dat moet de Italiaanse striptekenaar Vittorio Giardino wellicht gedacht hebben, toen hij in 1992, drie jaar na de val van de Muur, begon aan Jonas Fink, een driedelig beeldverhaal over een Jood in het socialistische/communistische Tsjechoslowakije van de jaren 50 en 60. Sinds de publicatie van het derde deel in 2018 heeft de beeldroman zijn plekje veroverd in het pantheon van de Europese stripklassiekers van de afgelopen dertig jaar. Niettemin moest de wereld even wachten op ‘striptekenaar’ Giardino. Na een carrière als ingenieur debuteerde de man in 1978 op zijn 32e met zijn eerste strips in het Italiaanse tijdschrift La Citta Futura. Hoge ogen gooide hij pas in de jaren 80 met de beeldverhalen van Max Fridman, een spionageagent die tegen wil en dank allerlei klusjes opknapt voor de Franse regering. In deze strip ontwikkelt zijn ‘klarelijnstijl’ zich tot zijn definitieve tekenstijl. De auteur experimenteerde er echter al mee tijdens het tekenen van Sam Pezzo, zijn allereerste beeldroman. De klare lijn, die we vooral kennen van het werk van Hergé, Edgar P. Jacobs en Jacques Martin, transformeert bij Giardino tot een weinig dynamische, maar uiterst efficiënte tekenstijl. De lijnvoering is helder en praktisch, schaduwen en arceringen worden gemeden. Hier geen semirealistische, maar realistische personages in realistische decors. Het gevolg is een strip met een uniforme, strakke lay-out waarin overbodige details worden geweerd. Nergens komt dit meer tot volle wasdom dan in Jonas Fink, zijn strip uit de jaren 90 en tevens magnum opus. |
|---|