De vervolging van oorlogsmisdadigers in België, 1944‑1951
In dit artikel probeert de auteur enkele vragen te beantwoorden die betrekking hebben op de processen die na de Tweede Wereldoorlog door de Belgische autoriteiten werden ingeleid tegen gewezen leden van het Duitse bezettingsapparaat. Wat gebeurde er op juridisch vlak van oktober 1944 (het begin van...
Sábháilte in:
| Foilsithe in: | URI:https://journals.openedition.org/temoigner, |
|---|---|
| Príomhchruthaitheoir: | |
| Formáid: | Article ou chapitre numérique |
| Teanga: | Hollandais |
| Foilsithe / Cruthaithe: |
Témoigner. Entre histoire et mémoire
2024
|
| Rochtain ar líne: | Accès Université d'Orléans et IFPM Accès Université d'Orléans et IFPM |
| Achoimre: | In dit artikel probeert de auteur enkele vragen te beantwoorden die betrekking hebben op de processen die na de Tweede Wereldoorlog door de Belgische autoriteiten werden ingeleid tegen gewezen leden van het Duitse bezettingsapparaat. Wat gebeurde er op juridisch vlak van oktober 1944 (het begin van de vervolgingen) tot en met 1951 (het ogenblik dat het laatste Belgische proces werd afgerond) ? Wie waren de belangrijkste historische actoren ? Wat werd precies ondernomen door de geallieerden in de bezette zones van Duitsland en op het Belgische grondgebied om Duitse oorlogsmisdadigers op te sporen ? Wat waren de oorspronkelijke doelstellingen en de uiteindelijke resultaten ? Met welke problemen werden de Belgische gerechtelijke autoriteiten, die belast waren met de vervolging van aan België gerelateerde oorlogsmisdaden, geconfronteerd ? De voorliggende analyse probeert een aanzet tot antwoord te geven op het geheel van deze vragen. |
|---|