De hedendaagse erfenis van tien jaar onteigeningen en uitzettingen in de Brusselse Noordwijk (1965‑1975)
Eind jaren zestig werd de Brusselse agglomeratie gemoderniseerd. Bepaalde wijken werden ingrijpend verbouwd. Tien jaar eerder had de modernistische architectuur haar intrede in Brussel al gedaan met Expo ’58, de NoordZuidverbinding en de bouw van het Rijksadministratief Centrum. Het enthousiasme dat...
Gespeichert in:
| Veröffentlicht in: | URI:https://journals.openedition.org/brussels, |
|---|---|
| 1. Verfasser: | |
| Format: | Article ou chapitre numérique |
| Sprache: | Hollandais |
| Veröffentlicht: |
Brussels Studies
2016
|
| Schlagworte: | |
| Online Zugang: | Accès Université d'Orléans et IFPM Accès Université d'Orléans et IFPM |
| Zusammenfassung: | Eind jaren zestig werd de Brusselse agglomeratie gemoderniseerd. Bepaalde wijken werden ingrijpend verbouwd. Tien jaar eerder had de modernistische architectuur haar intrede in Brussel al gedaan met Expo ’58, de NoordZuidverbinding en de bouw van het Rijksadministratief Centrum. Het enthousiasme dat die projecten teweegbrachten, de zeer zwakke reacties van degenen die er het slachtoffer van waren en de sterke economische groei in de Golden Sixties (1960‑1970) brachten bepaalde lokale politici, stedenbouwkundigen en architecten op het idee om de modernisering van de stad op grote schaal voort te zetten. Het uitzicht op grof geldgewin bracht hen ertoe een belangenvereniging op te richten met geldschieters en de afbraak van hele wijken werd georganiseerd. Dat leidde tot stedenbouwkundige strubbelingen in Brussel, waaronder de strijd in de Marollen en in de Noordwijk. De eerste strijd werd gewonnen en de wijk bleef bestaan. In de tweede strijd daarentegen moesten de bewoners het onderspit delven: 53 ha stadsweefsel werd met de grond gelijkgemaakt en meer dan 3 000 gezinnen werden uit hun woning gezet. Een vergelijkende analyse van die twee gebeurtenissen geeft een duidelijker beeld van wat er allemaal op het spel stond, van de strategieën van de stedelijke actoren en van de gevolgen van die strijd, namelijk het ontstaan van een nieuw stedenbouwkundig “bewustzijn” met burgerinspraak. |
|---|