“Instellingen voor Brussel en waarden van de Belgische samenleving” van Henry Tulkens, opmerkingen van Victor Ginsburgh

Hoe kan België uit de impasse van de communautaire spanningen geraken? Hoe kan men garanderen dat de democratische principes inzake het gebruik van de talen geëerbiedigd worden?Deze twee kwesties, die in de eerste plaats betrekking hebben op Brussel en zijn rand, worden behandeld door Henry Tulkens,...

Descripció completa

Guardat en:
Dades bibliogràfiques
Publicat a:URI:https://journals.openedition.org/brussels,
Autors principals: Tulkens, Henry, Ginsburgh, Victor
Format: Article ou chapitre numérique
Idioma:Hollandais
Publicat: Brussels Studies 2016
Matèries:
Accés en línia:Accès Université d'Orléans et IFPM
Accès Université d'Orléans et IFPM
Descripció
Sumari:Hoe kan België uit de impasse van de communautaire spanningen geraken? Hoe kan men garanderen dat de democratische principes inzake het gebruik van de talen geëerbiedigd worden?Deze twee kwesties, die in de eerste plaats betrekking hebben op Brussel en zijn rand, worden behandeld door Henry Tulkens, emeritus hoogleraar politieke economie en openbare financiën aan de Université catholique de Louvain, in de laatste aflevering van Brussels Studies (reeks Strabismen).Volgens de auteur kunnen de communautaire gemoederen in België worden bedaard, als het gebruik van de talen wordt vastgelegd op lokaal niveau, als men afstand doet van het jus soli en als tweetaligheid – en niet eentaligheid – op grond van een democratisch genomen pragmatische beslissing de regel wordt in de gemeenten waar een voldoende aantal inwoners zulks wenst. De gemeenschappen moeten immers in hun wederzijdse betrekkingen een nietnulsomspel spelen waarbij ze niet elkaars concurrenten zijn, maar partners die zelf gebaat zijn bij de ontplooiing van de andere partner. Brussel wordt als voorbeeld aangehaald, aangezien het Nederlands er zijn positie heeft kunnen behouden dankzij de tweetaligheid en de solide garanties voor de Nederlandstalige minderheid, de communautaire tegenstellingen er veel minder uitgesproken zijn dan in de rand, en dialoog en samenwerking tussen de taalgemeenschappen er in eenieders voordeel zijn, zoals bleek tijdens de Staten-Generaal van Brussel.Zoals altijd in de reeks Strabismen wil de gepubliceerde bijdrage een reflectie en een debat op gang brengen. In dat kader dient Victor Ginsburgh, emeritus hoogleraar politieke economie aan de Université libre de Bruxelles, Henry Tulkens van repliek.Victor Ginsburgh roept de Franstaligen op tot realisme, want ze zouden zich bewust moeten worden van het Vlaamse natiegevoel. Voorts verwerpt hij het idee dat een deel van de bevolking, op lokaal vlak, de taalregeling die op haar van toepassing is, kan wijzigen. Hij stelt gewoon voor dat de minderheid de taal van de meerderheid leert, niet om in die meerderheid op te gaan, maar om naar tweetaligheid te streven. Ten slotte is hij het eens met het voorstel om een niet-nulsomspel te spelen: beide gemeenschappen zijn erbij gebaat als de andere gemeenschap zich cultureel kan ontplooien, zelfs op “haar eigen grondgebied”. Maar eerst moet men meer werk maken van tweetaligheid voordat de gemeenschappen in de praktijk zo’n niet-nulsomspel kunnen spelen.