Gewestelijke financiering van de uitgaven voor onderzoek en ontwikkeling
Wegens het verlies aan concurrentiekracht van de meeste Europese landen tegenover de andere economische grootmachten sinds de jaren ’70, heeft de Europese Unie zich in haar programma “Europa 2020” tot doel gesteld 3% van het BBP te besteden aan onderzoek en ontwikkeling (O&O). België heeft in he...
محفوظ في:
| الحاوية / القاعدة: | URI:https://journals.openedition.org/brussels, |
|---|---|
| المؤلف الرئيسي: | |
| التنسيق: | Article ou chapitre numérique |
| اللغة: | Hollandais |
| منشور في: |
Brussels Studies
2016
|
| الموضوعات: | |
| الوصول للمادة أونلاين: | Accès Université d'Orléans et IFPM Accès Université d'Orléans et IFPM |
| الملخص: | Wegens het verlies aan concurrentiekracht van de meeste Europese landen tegenover de andere economische grootmachten sinds de jaren ’70, heeft de Europese Unie zich in haar programma “Europa 2020” tot doel gesteld 3% van het BBP te besteden aan onderzoek en ontwikkeling (O&O). België heeft in het kader van zijn nationaal hervormingsprogramma beslist om die doelstelling na te streven. Deze analyse tracht de inspanning van de deelgebieden toe te lichten aan de hand van bepaalde prognoses van het BBP, de O&O‑uitgaven en de uitsplitsing ervan tussen de openbare en privésector tegen 2020. Volgens de werkhypotheses zou het Brussels Gewest tegen die deadline in totaal slechts 1,9% van zijn BBP besteden aan O&O. Dat komt vooral omdat de privé-uitgaven voor O&O op het gewestelijk grondgebied ontoereikend zijn. Het Vlaams Gewest zou de doelstelling in 2020 nagenoeg halen en het Waals Gewest zou de doelstelling overschrijden dankzij een forse toename van de privé-uitgaven voor O&O. Op nationaal niveau zou België globaal de doelstelling halen in 2020 dankzij de compensaties, vooral op het vlak van de privé-uitgaven, tussen het Waals en Brussels Gewest. |
|---|