De rol van tijdelijk gebruik in de stedelijke (her)ontwikkeling: Brusselse voorbeelden

Doordat de realisatie van ruimtelijke projecten meestal wordt voorafgegaan door een langdurige planningsfase, liggen stedelijke (her)ontwikkelingsgebieden er vaak gedurende een bepaalde periode schijnbaar nutteloos bij. Dit kan echter een negatieve invloed hebben op de omgeving. Bovendien is de aanw...

Descripción completa

Guardado en:
Detalles Bibliográficos
Publicado en:URI:https://journals.openedition.org/brussels,
Autor principal: De Smet, Aurelie
Formato: Article ou chapitre numérique
Lenguaje:Hollandais
Publicado: Brussels Studies 2016
Materias:
Acceso en línea:Accès Université d'Orléans et IFPM
Accès Université d'Orléans et IFPM
Descripción
Sumario:Doordat de realisatie van ruimtelijke projecten meestal wordt voorafgegaan door een langdurige planningsfase, liggen stedelijke (her)ontwikkelingsgebieden er vaak gedurende een bepaalde periode schijnbaar nutteloos bij. Dit kan echter een negatieve invloed hebben op de omgeving. Bovendien is de aanwezigheid van “nutteloze ruimte” haast onaanvaardbaar gezien de grote vraag naar open en publieke ruimte. Dit artikel beschrijft hoe in het lopende onderzoek “The role of temporary use of waiting spaces in urban (re)development” wordt onderzocht of tijdelijk gebruik van deze plekken kan bijdragen tot de ontwikkeling van meer hedendaagse, flexibele en spontane manier van ruimtelijke ontwikkeling. Meer specifiek worden de 10 case studies beschreven aan de hand waarvan de huidige situatie en de bestaande mogelijkheden met betrekking tot tijdelijk gebruik in de concrete context van het Brussels Hoofdstedelijk Gewest werden onderzocht. Doelstelling is de mogelijke rol van tijdelijk gebruik in de ruimtelijke planning van het Gewest op de agenda te zetten. Hiermee sluit deze bijdrage bij andere initiatieven die momenteel hierrond worden genomen zoals de organisatie van het colloquium “Tijdelijke Publieke Ruimte Tussen Flexibiliteit en Planning” en de masterclass rond “De Uitdaging van Tijdelijke Publieke Ruimtes” door het steunpunt ]pyblik[ in september 2013.